Blij met gekke mieren

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on pinterest
Share on whatsapp

Jij wil je organisatie meekrijgen in een grote verandering. Alle studies zeggen dat deze verandering echt cruciaal is om als organisatie te overleven. Maar toch gebeurt er niets. Dan kun je wellicht iets leren van de rode bosmier.

Ik hoorde laatst een inspirerend verhaal over mieren van Arjan Postma, onze nationale boswachter. Doe er je voordeel mee.

De rode bosmier

Rode bosmieren leven in grote kolonies, in nesten van organisch materiaal. Ze zijn in staat om de temperatuur in dit nest op 0,2 graden celsius nauwkeurig op temperatuur te houden. De ideale temperatuur voor het uitkomen van hun eieren. Hiertoe moet het nest wel op een zonnige plek liggen. Als een nest in de schaduw komt te liggen omdat de begroeiing er omheen het nest overwoekert, wordt het op temperatuur houden steeds moeilijker. Nu zijn de meeste mieren in het nest gewoontedieren (werksters). Ze markeren hun routes met geursporen en volgen alleen de routes waar ooit een andere mier heeft gelopen. Ze werken dus eigenlijk gehoorzaam hun werklijstje af. Zij zullen vooral steeds harder gaan werken, maar niets structureels aan het probleem doen.

De gekke mier

Gelukkig zijn er in een nest ook altijd een aantal gekke mieren (verkenners). Zij wijken af van de vaste routes en vinden daardoor nieuwe plekken die het mierenvolk nodig heeft om te overleven. De gekke mier is degene die een nieuwe plek zal vinden. Maar hoe overtuigd hij de andere mieren om hem te helpen om het hele nest te verplaatsen? Daar heeft hij wat op gevonden. De gekke mier gaat terug naar het nest en tilt een andere mier boven zijn hoofd en sjouwt hem naar de nieuwe plek. De meeste mieren die naar de nieuwe plek worden gesjouwd vinden het maar niets en lopen snel weer terug naar het nest. De gekke mier geeft echter niet op en blijft maar mieren naar de nieuwe plek sjouwen tot hij een managementmier (majoor) te pakken heeft. Deze denkt: “wat een lekkere warme plek voor een nest is dit. Ik ga de gekke mier helpen en ook mieren hier naar toe sjouwen.” Hij weet wie de andere managementmieren zijn en heeft dus meer kans op succes. Zo zijn er 2, dan 4, dan 8, dan 16 enzovoort mieren die enthousiast worden over de nieuwe plek. Na ongeveer een dag zijn dit er voldoende om ervoor te zorgen dat de werksters “Verplaatsen van het nest” op hun werklijstje krijgen. Daarna is het zo gepiept.

Zonder de gekke mier hadden ze de nieuwe plek nooit gevonden.

Leerpunt voor organisaties

Wat kunnen we nu leren van het bovenstaande voorbeeld? In organisaties hebben we andersdenkenden nodig. We hebben mensen nodig die van de gebaande paden afwijken en ons nieuwe wegen laten zien. Organisaties die alleen uit gelijkgestemden bestaan, zullen het dan ook niet lang overleven. Ook leert het voorbeeld ons dat een verandering in gang kan worden gezet door een enkeling, maar deze heeft draagvlak nodig. Alleen met voldoende draagvlak zie je dat de verandering beklijft.

In veel verandertrajecten zien we dat er onvoldoende aandacht is voor het creëren van draagvlak binnen de organisatie. Het is dan ook niet zo vreemd dat veel verandertrajecten niet het verwachte resultaat hebben.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on whatsapp
WhatsApp

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *